terug
(Human Rights Watch, 22-4-2014)

India: Dalit-, Adivasi- en Moslimkinderen Wordt Onderwijs Onthouden

Controle en doelgerichte aanpak nodig om kinderen op school te houden


NEW DELHI - Schoolautoriteiten in India discrimineren voortdurend kinderen uit gemarginaliseerde gemeenschappen waardoor ze hen hun recht op onderwijs ontzeggen, aldus Human Rights Watch in een vandaag uitgebracht rapport. Vier jaar nadat een ambitieuze onderwijswet – de Right to Education Act - in India van kracht werd die gratis onderwijs voor alle kinderen tussen 6 en 14 jaar garandeert, is vrijwel ieder kind ingeschreven. Maar bijna de helft zal voortijdig de basisschool verlaten.

Het 77 pagina's tellende rapport, ‘They Say We’re Dirty’: Denying an Education to India’s Marginalized ("’Men Zegt Dat We Smerig Zijn’: India’s buitengeslotenen wordt onderwijs onthouden"), documenteert discriminatie van Dalit, tribale en moslim kinderen door de onderwijsautoriteiten in vier Indiase deelstaten. De discriminatie leidt tot een ongewenste sfeer die kan leiden tot spijbelen en uiteindelijk tot het niet meer naar school gaan van het kind. Er zijn geen afdoende controlemogelijkheden om kinderen die onregelmatig naar school gaan, op het punt staan die te verlaten of die al zijn afgehaakt te identificeren of te achterhalen.

"India's immense plan om al haar kinderen onderwijs te geven loopt kans slachtoffer te worden van diepgewortelde discriminatie door leraren en ander schoolpersoneel tegenover armen en gemarginaliseerden," zegt Jayshree Bajoria, India-onderzoeker en auteur van het rapport. "In plaats van kinderen uit risicogroepen, die vaak de eerste in hun familie zijn die ooit een stap binnen een klaslokaal zetten, te stimuleren, worden ze door leraren vaak verwaarloosd of zelfs mishandeld."

Gedetailleerde case studies onderzoeken hoe het gebrek aan verantwoording en aan klachtenprocedures blijvende obstakels zijn voor een goede uitvoering van de Right to Education Act. Human Rights Watch deed voor dit rapport onderzoek in de deelstaten Andhra Pradesh, Uttar Pradesh, Bihar en Delhi; daarbij werden meer dan 160 mensen geïnterviewd, waaronder kinderen, ouders, leerkrachten en een breed scala aan onderwijsdeskundigen, mensenrechtenactivisten, lokale overheden en onderwijsambtenaren.

De Indiase overheid moet meer effectieve maatregelen treffen om de behandeling van kwetsbare kinderen in de gaten te houden en voorzieningen treffen voor toegankelijke klachtenprocedures om ervoor te zorgen dat de kinderen naar school blijven gaan, aldus Human Rights Watch. Volgens de regering verlaat bijna de helft - meer dan 80 miljoen kinderen - het basisonderwijs voortijdig.

Bij het opstellen van de Right of Children to Free and Compulsory Education Act (Leerplicht Wet), erkende de centrale overheid uitsluiting van kinderen van onderwijs als de "grootste uitdaging bij het voor iedereen toegankelijk maken van basisonderwijs." Maar veel onderwijsambtenaren op deelstaat-, district- en lokaal niveau blijken niet bereid in te zien of te accepteren dat discriminatie in openbare scholen voorkomt, laat staan een poging te doen om deze problemen op te lossen, aldus Human Rights Watch.

"De lerares zegt ons om aan de andere kant te zitten," zei Pankaj, een 8 jaar oude tribale jongen uit Uttar Pradesh. "Als bij de anderen gaan zitten scheldt zij ons uit en vraagt ons om apart te gaan zitten. De lerares gaat niet bij ons zitten omdat ze zegt dat we ‘smerig zijn’."

Gemarginaliseerde groepen worden in India nog steeds gediscrimineerd, ondanks grondwettelijke garanties en wetten die discriminatie verbieden, aldus Human Rights Watch. Schoolautoriteiten versterken eeuwenoude discriminerende houdingen op basis van kaste, etniciteit, religie of geslacht. Kinderen uit Dalit-, tribale en moslimgemeenschappen moeten vaak achterin de klas of in aparte ruimten zitten, worden beledigd met denigrerende namen, krijgen geen functies als bijvoorbeeld klasse-oudste en krijgen als laatste het eten geserveerd. Ze moeten zelfs toiletten schoonmaken, in tegenstelling tot kinderen van traditioneel bevoorrechte groepen.

"Geen discriminatie en gelijkheid zijn de basis voor de Recht op Onderwijs Wet, en toch voorziet de wet niet in sancties voor overtreders," zei Bajoria. "Als scholen een kindvriendelijke omgeving voor al India's kinderen moeten worden, moet de overheid een duidelijke boodschap afgeven dat discriminerend gedrag niet langer wordt getolereerd en overtreders ter verantwoording roepen."

De meeste deelstaat-onderwijsdepartementen beschikken niet de over de juiste aanpak om elk kind te volgen en snel en doeltreffend in te grijpen om te zorgen dat ze op school blijven, aldus Human Rights Watch. Omdat er geen gemeenschappelijke definitie is voor het beoordelen van of een kind beschouwd moet worden als schoolverlater, hanteren verschillende deelstaten verschillende normen: in Karnataka zijn scholieren schoolverlater na zeven dagen van onverklaarde afwezigheid, in Andhra Pradesh is dat een maand en in Chhattisgarh en Bihar drie maanden. Dit gebrek aan een gemeenschappelijke definitie belemmert het herkennen en aanpakken van het probleem.

De Recht op Onderwijs Wet bepaalt dat kinderen die de school hebben verlaten of oudere kinderen die nooit naar school zijn gegaan "bridge courses" aangeboden om ze bijscholing te geven zodat ze kunnen terugkeren naar het reguliere onderwijs in bij hun leeftijd passende klassen. Maar deelstaatregeringen houden geen administratie van deze kinderen bij, zorgen niet voor voldoende middelen voor "bridge courses" of houden niet bij hoe de schoolcarričre van deze kinderen verloopt als je in een klas zitten die spoort met hun leeftijd.

Kinderen van migranten, veelal behorend tot Dalit- en tribale gemeenschappen, zijn het meest kwetsbaar voor schooluitval als gevolg van de langdurige afwezigheid van school tijdens het zoeken naar werk door hun ouders. Maar de deelstaatregeringen houden de afwezigheid van die kinderen op geen enkele systematische manier bij om ervoor te zorgen dat zij onderwijs blijven volgen. De Ministeries van Arbeid van de deelstaatoverheid voeren de programma’s bedoeld voor het terug naar school brengen van kinderarbeiders niet goed uit. En de onderwijsministeries verzuimen te volgen wat er gebeurd zodra een kind wordt toegelaten tot een gewone school, wat vaak resulteert in de terugkeer van het kind naar werk.

Centrale en nationale overheden geven onvoldoende steun aan vindingrijke maatschappelijke initiatieven zoals voorzien onder de Right to Education Act, waaronder "schoolbestuur-comités". Ouders vertelden Human Rights Watch dat ze niet goed in deze comités vertegenwoordigd zijn, en daarom ook niet klaagden als kinderen onrecht aangedaan werd omdat de schoolautoriteiten de klachten negeren of de scholieren zelfs berispen. Richtlijnen vastgesteld om klachten te behandelen worden vaak niet toegepast.

India is gebonden aan belangrijke internationale mensenrechtenverdragen die kinderen beschermen en voorzien in het recht van elk kind op onderwijs, met inbegrip van het International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights (Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten) en de Convention on the Rights of the Child (Verdrag inzake de Rechten van het Kind). Het internationaal recht verbiedt ook discriminatie op grond van religie, etniciteit, sociale afkomst of andere status. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind verplicht India om maatregelen te nemen om de aanwezigheid op school te stimuleren en uitval te verminderen en ervoor te zorgen dat de rechten van de kinderen worden beschermd door middel van effectief toezicht.

Voorafgaand aan de nationale verkiezingen in India in april 2014 deden de grote nationale partijen toezeggingen in hun verkiezingsprogramma's om het basisonderwijs te verbeteren. De centrale en deelstaatregeringen moeten duidelijke normen stellen voor het opsporen en aanpakken van discriminatie op scholen, en passende disciplinaire maatregelen tegen de verantwoordelijken nemen, aldus Human Rights Watch.

De overheid zou een aanpak moeten ontwikkelen om elk kind vanaf de inschrijving te volgen te volgen tot de afronding van het basisonderwijs, tot klas 8. De overheid moet een goede opleiding van leraren opzetten, zodat ze een eind kunnen maken aan uitsluiting en er een grotere uitwisseling mogelijk is tussen kinderen van verschillende sociaal-economische en kastenachtergronden.

"India’s politieke partijen richtten zich op onderwijs tijdens de verkiezingscampagne," zei Bajoria. "Maar wie er ook gekozen wordt zal meer moeten doen om ervoor te zorgen dat kinderen de lessen bijwonen. Een belangrijke wet is gedoemd om te mislukken, tenzij de overheid nu ingrijpt."

Enkele uitspraken

Namen en identificaties van de ondervraagden zijn weggelaten ter wille van hun veiligheid. Alle namen van de kinderen in het rapport zijn gefingeerd.

"Wanneer de leraren boos zijn noemen ze ons Mullahs. De Hindoe-jongens noemen ons ook Mullahs omdat onze vaders baarden hebben. We voelen ons beledigd als ze ons zo aanspreken." - Javed, een 10-jarige moslimjongen, Delhi

"De lerares liet ons altijd in een hoek van de klas zitten, en gooide sleutels naar ons [als ze boos was]. We kregen alleen te eten als er iets over was nadat andere kinderen gegeten hadden .... Na een tijdje gingen we niet meer naar school." - Shyam, een 14-jarige Dalit-jongen, Uttar Pradesh

"We werden gevraagd om de benen van een leraar te masseren. Als we weigerden sloeg hij ons. Er was een toilet voor leraren, en die moesten we schoonmaken." - Naresh, een 12-jarige Dalit-jongen, Bihar


Download het rapport hier.


laatste wijziging: