terug
(IDSN, 31-3-2014)

Uitspraak Hooggerechtshof mijlpaal in strijd tegen handmatig poepruimen


Het Indiase Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat het voortbestaan van handmatig poepruimen in India een flagrante schending is van artikel 17 van de Indiase grondwet volgens welke "onaanraakbaarheid wordt afgeschaft en in de praktijk in iedere vorm verboden is". De rechtbank benadrukte de plicht van alle deelstaten en uniegebieden om "de wet grondig uit te voeren en op te treden tegen de overtreders".


De uitspraak was bijzonder duidelijk over compensatie en rehabilitatie met betrekking tot handmatig poepruimen. Zo droeg het Hooggerechtshof de overheid op om "de families van alle personen te identificeren die sinds 1993 overleden zijn bij rioolwerkzaamheden (rioolputten, septische tanks) en voor iedere overledene een vergoeding van één miljoen roepies toe te kennen aan de familieleden die van hem of haar afhankelijk waren". Dalit-rioolwerkers wordt zelden beschermende uitrusting aangeboden wanneer zij worden neergelaten in de riolen en daarbij soms sterven door het inademen van de gassen.

Waardig levensonderhoud
De rechtbank besliste zonder omwegen dat "als de praktijk van handmatig poepruimen moet worden gestopt en moet worden voorkómen dat toekomstige generaties aan deze onmenselijke praktijk blootgesteld worden, de rehabilitatie van poepruimers aan de volgende voorwaarden moet voldoen:
(a) Doden onder rioolwerkers: het afdalen in rioolleidingen zonder veiligheidsuitrusting zou strafbaar moeten worden, zelfs in noodsituaties. Voor ieder sterfgeval moet een vergoeding van 1 miljoen roepies worden uitgekeerd aan de familie van de overledene;
(b) Spoorwegen: er moet een tijdsgebonden aanpak komen voor de beëindiging van het handmatig poepvrij maken van de spoorrails;
(c) Personen die gestopt zijn als handmatig poepruimer moeten geen belemmeringen op hun weg vinden om te krijgen waar ze volgens de wet recht op hebben;
(d) Bij steun aan een waardig levensonderhoud van safai karmachari vrouwen moeten zij zelf kunnen kiezen voor de manier waarop dat gebeurt."

De rechtbank beval ook de Indian Railways - de grootste werkgever van poepruimers in het land - een tijdschema te maken voor de beëindiging van het poepruimen tussen de sporen...

1,3 miljoen Dalit poepruimers
De rechtbank erkende het belang van de gegevens verstrekt door de eisende partij - Safai Karmachari Andolan - die de Writ Petition indiende die aangaf dat "de praktijk van handmatig poepruimen onverminderd door gaat. Droge latrines zijn blijven bestaan ondanks het feit dat de wet van 1993 al twee decennia van kracht is. Deelstaten hebben zowel de wet van 1993 genegeerd als het grondwettelijke mandaat om onaanraakbaarheid af te schaffen."
Naar schatting verdienen ongeveer 1,3 miljoen Dalits in India, vooral vrouwen, hun brood met handmatig poepruimen - een term die gebruikt wordt voor het verwijderen van menselijke uitwerpselen uit droge toiletten en riolen met behulp van simpele gereedschappen zoals dunne plankjes, emmers en manden, bekleed met jute en gedragen op het hoofd.

De uitspraak van het Hooggerechtshof bevestigt enkele van de belangrijkste kwesties die organisaties die werken aan het uitroeien van handmatig poepruimen - zoals de Safai Karmachari Andolan (SKA) en Jansahas, maar ook organisaties die strijden voor Dalit-rechten - al jarenlang aankaarten op lokaal, nationaal en internationaal niveau.
Nationaal voorzitter van Safai Karmachari Andolan, Bezwada Wilson, zei dat "dit een overwinning is voor poepruimers die herhaaldelijk door het hele land voor hun bevrijding hebben gevochten, tegen de ontkenning door de centrale regering en die van verschillende deelstaten."


Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van Safai Karmachari Andolan (27 maart 2014).


Meer informatie:


laatste wijziging: