terug
(IDSN, 10-6-2013)

Dalit-vrouwen laten in de VN hun stem horen


Negen Dalit-vrouwenactivisten uit Zuid-Azië woonden vorige week in Genève de VN-Mensenrechtenraad bij. Leden van de groep spraken tijdens de bijeenkomst over Dalit-vrouwen op 4 juni, en deden een beroep op de VN-lidstaten om hun situatie aan te pakken.


De groep van Dalit-vrouwen buiten het VN-gebouw, Palais des Nations in Genève. Foto: IDSN
"Toen ik 20 jaar geleden campagne begon te voeren voor de rechten van Dalits had ik nooit gedacht dat ik zou spreken bij de VN."

Dit was echter precies wat Manjula Pradeep, een doorgewinterde actie-voerder voor Dalit-mensenrechten uit India, op dinsdag 4 juni deed toen ze een VN-bijeenkomst over discri-minatie op grond van kaste en sekse toesprak. Op de bijeenkomst waren ook krachtige verklaringen te horen van de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten en de Speciale VN-Rapporteur inzake geweld tegen vrouwen.

Mevrouw Pradeep, directeur van de mensenrechtenorganisatie Navsarjan Trust in Gujarat, heeft meer dan een decennium lang op internationaal niveau gepleit voor Dalit-rechten en heeft deelgenomen aan tal van VN-bijeenkomsten. Dit was echter de eerste keer dat een dergelijke bijeenkomst vrijwel uitsluitend gericht was op de mensenrechtenschendingen die Dalit-vrouwen moeten ondergaan, en waarbij tevens een groep Dalit-vrouwen Genève bezocht.

Meisjes ongewenst
Ontroerend sprekend over gevallen van discriminatie en geweld tegen Dalit-vrouwen, benadrukte Manjula Pradeep hoe moeilijk het is om de uitdaging aan te gaan om zowel een vrouw als een Dalit te zijn, vooral in een land als India, waar meisjes vaak ongewenst zijn. Zij sprak vanuit de dagelijkse praktijk van haar werk in de deelstaat Gujarat. Zij merkte op dat de tijd gekomen is voor meer onderzoek naar "elkaar versterkende vormen van discriminatie", zoals die van kaste en sekse.

Samen met Manjula Pradeep zijn twee andere campagnevoerders voor Dalit-mensenrechten, Asha Kowtal uit India en Durga Sob uit Nepal, de meest ervaren leden van een groep van negen Dalit-vrouwen waaronder ook activisten uit Bangladesh en Pakistan. In deze landen is de Dalit-beweging niet zo sterk als in India en Nepal, maar Dalit-vrouwen lijden er onder veel van dezelfde problemen.

Tijdens haar bijdrage aan de bijeenkomst merkte Durga Sob op dat 49 procent van de Dalit-vrouwen in Nepal geconfronteerd worden met verschillende vormen van geweld, maar dat slechts 4,4 procent van deze incidenten aan de politie wordt gemeld. Dalit-vrouwen zijn meestal bang om zich uit te spreken over dat geweld, niet alleen door de samenleving, maar ook binnen hun eigen families, aldus Durga Sob.

Asha Kowtal gaf enkele voorbeelden van de risico’s die vrouwen lopen als Dalit. Zij merkte op dat een vrouw geboren in een lagere kaste wordt gezien als een ‘minder mens’. Dit maakt haar een doelwit van geweld en haar lichaam een gebruiksvoorwerp, onder andere door machtige grootgrondbezitters. Wanneer Dalit-vrouwen voor zichzelf proberen op te komen, riskeren ze een gewelddadige vergelding, "niet alleen om haar zelf het zwijgen op te leggen, maar de hele gemeenschap".

"Volledige solidariteit" van de VN Hoge Commissaris
Ze vatte ook de verschillende bijdrages samen tijdens de bijeenkomst en verklaarde zich sterk aangemoedigd te voelen door de recente internationale aandacht voor de situatie van de Dalits en Dalit-vrouwen. Asha Kowtal memoreerde de volledige solidariteit van de VN Hoge Commissaris voor Mensenrechten, Navi Pillay, die in de afgelopen drie tot vier jaar een aantal sterke uitspraken deed over kastendiscriminatie.

De bijeenkomst was het onbetwiste hoogtepunt van een intense werkweek die ook talrijke vergaderingen en informatie-uitwisselingen met diplomaten en vertegenwoordigers van de VN kende, evenals discussies en kennis- en ervaringsuitwisseling binnen de groep van Dalit-vrouwen.

Sommige groepsleden waren zeer vertrouwd met het VN-mensenrechtensysteem, anderen waren nieuwkomers, zoals Bagwhani Rathore uit Pakistan. Zij is actief in het Pakistan Dalit Solidarity Network, maar tot nu toe bleef haar werk beperkt tot activiteiten op lokaal en provinciaal niveau.

"Het is mijn eerste ervaring met bijeenkomsten op zo’n hoog niveau. Ik let op wat er gebeurt en leer hoe te lobbyen, en hoe de verschillende thema's en belangrijke punten onder de aandacht te brengen van de internationale gemeenschap", zei ze.

Het is de vraag of lobbyen bij de VN verschil maakt in de praktijk. Bagwhani Rathore verhaalde over haar eigen ervaring met het werken met kinderen. Er zijn internationale afspraken om hen te beschermen, maar de situatie in de praktijk blijft hetzelfde: "Als een probleem als kastendiscriminatie wordt erkend op dit niveau, komt er wellicht meer internationale druk op de nationale regeringen. Maar er is een lange weg te gaan," concludeerde ze.

Niemand die bekend is met de problemen rond Dalit- en kastendiscriminatie zou het niet eens zijn met deze uitspraak, maar veel van de Dalit-vrouwenactivisten op bezoek in Genève vorige week hebben al een lange reis achter de rug - in meer dan één betekenis van het woord.

De groep Dalit-vrouwen bestond uit: Asha Kowtal (AIDMAM-NCDHR, India), Manjula Pradeep (Navsarjan Trust, India), Durga Sob (Feminist Dalit Organization/FEDO, Nepal), Sonu Rani Das (BDERM/BDEWF, Bangladesh), Tamanna Singh Baraik (Bangladesh), Vibhawari Kamble (AIDMAM/NCDHR, India), Gomathi Palanikumar (ActionAid, India), Sujata Paudel (FEDO, Nepal), Bagwhani Rathore Bai (Pakistan Dalit Solidarity Network).


Meer informatie:


laatste wijziging: