terug

Umerkot, Sindh, Pakistan, april 2008. Veertig gezinnen van de Oad kaste in Pakistan’s Sindh provincie werken in deze baksteenfabriek. Daaronder is Phoolan, haar drie kinderen en haar man. Ze krijgen twee euro per 1000 bakstenen, de hoeveelheid die ze samen in een dag kunnen maken.
(IDSN, 20-9-2011)

Op kaste gebaseerde slavernij in mijnbouw in VN debat aan de orde gesteld


De Speciale Rapporteur van de VN die zich bezighoudt met huidige vormen van slavernij, mevrouw Gulnara Shahinian, heeft haar bezorgdheid uitgesproken over het feit dat kinderen van gemarginaliseerde groepen, waaronder tribalen en lagere kasten, ‘dubbel kwetsbaar’ zijn voor misbruik in de mijnbouwsector.

In haar thematische rapport voor de VN Mensenrechtenraad (A/HRC/18/30) heeft de Speciale Rapporteur de oorzaken, verschijningsvormen en verergerende factoren onderzocht die leiden tot kinderslavernij in de mijnbouw en steengroevensector.

"Veel werkende kinderen komen van groepen mensen die worden gediscrimineerd en/of gemarginaliseerd, bijvoorbeeld inheemse groepen, migranten of degenen die een bepaalde sociale status hebben vanwege kun kaste. Sommige landen hebben bijvoorbeeld een zeer hiërarchische samenleving die voor veel gemeenschappen dicteert welk werk ze moeten doen. Dit betekent dat een familie uit een bepaalde sociale laag alleen bepaalde soorten werk kan doen. Hoe lager je positie in zo’n hiërarchische samenleving, hoe slechter het werk dat je doet wordt betaald. Daarom zijn er veel werkende kinderen uit de laagste groepen. Dit maakt hen dubbel kwetsbaar."

In Zuid-Azië zijn Dalits en tribale groepen sterk in de meerderheid van degenen die in de mijnen werken. Volgens een ILO rapport (2005) zijn de ‘gebonden arbeiders’ in de mijnen voor het grootste deel kastelozen en tribalen. Rapporten uit 2010 onthullen de wanhopige situatie voor kinderen en volwassenen in de mijnbouwgebieden en steengroeven van India. De meeste slachtoffers zijn Dalits, Adivasi (tribale groepen) en vrouwen.

In de interactieve dialoog met de Speciale Rapporteur, gaven Fransiscans International het volgende statement over kinderarbeid in Zuid-Azië:
"Kinderen die worden uitgebuit bij de winning van delfstoffen, in het bijzonder in kleinschalige en informele mijnen, worden zowel binnenlands als over de grens verhandeld met Nepal en Bangladesh en behoren grotendeels tot de Dalits en Adivasi. Gemiddeld beginnen de kinderen rond hun twaalfde met werken en veel anderen werken, naar verluidt, samen met hun ouders omdat hun kleine lijven goed in de nauwe koolgangen passen. Kinderen die in mijnen en steengroeven werken lijden onder gebrek aan voedsel en onderwijs, bedreiging van hun gezondheid en het feit dat ze vaak ver van huis zijn. Ze worden ook blootgesteld aan criminaliteit, prostitutie, drugs en alcohol en kastendiscriminatie."

Het International Dalit Solidarity Network (IDSN) heeft specifieke aanbevelingen voor de interactieve dialoog opgesteld waarbij ook gebruik is gemaakt van een publicatie van de LIW. IDSN roept overheden en niet-gouvernementele organisaties op om hun goede ervaringen te delen bij het bestrijden van kastendiscriminatie in de mijnbouwsector.

Verder beveelt IDSN regeringen en de VN aan om daarbij gebruik te maken van het omvattende raamwerk daarvoor: de concept VN Principes en Richtlijnen voor de effectieve uitbanning van discriminatie op basis van werk en afkomst. Deze kunnen worden ingezet om de mensenrechten van kinderen die lijden hebben van uitbuiting en kastendiscriminatie te bevorderen en te beschermen. Ook kunnen deze principes en richtlijnen worden gebruikt voor het ontwikkelen van nationale actieplannen om deze vorm van discriminatie uit bannen.


Meer informatie:
Caste and bonded labour (IDSN)


laatste wijziging: